"Je moet ook een bepaalde verwondering kunnen houden"

In dit interview vertelt Petra hoe zij lid is geworden van de VVD en hoe ze actief werd in de politiek. Daarnaast vertelt ze over haar huidige werk in de zorg. Lees vooral verder!

Petra, waarom zit je in vredesnaam bij de VVD?

Ja, eigenlijk moet ik dan beginnen als klein meisje. Ik kom uit een heel politiek nest. Mijn opa was raadslid. Mijn oom was raadslid en wethouder, een andere tante en een nichtje zijn ook raadslid geweest. En iedereen die van mijn vaderskant niet in de politiek zat, die had wel een andere bestuurlijke rol. Bijvoorbeeld in een medezeggenschapsraad of ondernemingsraad, of welke raden er ook zijn in deze wereld, dus de politiek en het betrokken zijn bij de maatschappij; ja dat zit letterlijk in mijn DNA. Waarom dan specifiek de VVD? Dat komt omdat ik mijn mening vaak terug hoorde in een uitspraak van een VVD politicus En ja, dan word je een beetje ouder,  ga je op jezelf wonen en op een gegeven moment dacht ik: “weet je wat, ik word gewoon lid”.

 De eerste jaren  was ik alleen lid, betaalde contributie, punt. Tot er gemeenteraadsverkiezingen waren in 2002 en wij net in die periode op wintersport zouden gaan. En ja, ik ben ook zo opgevoed dat stemmen een recht is, maar je voelt het als een plicht. Dus toen zag ik mijn buren op de lijst staan, dat maakte het makkelijker om aan hen te vragen of ze voor mij op de VVD wilde stemmen. En dan kom je in gesprek, ga je eens mee naar een achterban bijeenkomst. And the rest is history…

Want uiteindelijk… wat heeft je toen de stap laten zetten om écht actief te worden en op de lijst te gaan staan?

Voordat mijn buren me meenamen, had ik echt het beeld, wie zit er op mij te wachten? Wat gebeurt daar eigenlijk allemaal? Aan de ene kant wilde ik wel betrokken zijn, maar aan de andere kant voelde het ook als iets ver weg. Het enthousiasme van mijn buren, die toen nog erg actief waren in de achterban, speelde een grote rol. Ze zeiden: "Joh, ga mee en verken het eens." Toen ik de stap over de drempel zette, ging alles ineens snel. In een mum van tijd was ik lid van het lokale bestuur en het bestuur van de ondercentrale in West-Brabant. Daarna kwam ik op de lijst en twee jaar laten zat ik in de raad. Zo belandde ik in een trein die maar doorging.

En hoe was het dan om voor het eerst voor jezelf campagne te voeren?

Ja, dat is heel raar hoor. Dat is echt heel maf.

En in wat voor zin is dat raar?

Ja, ik ben niet zo goed in dat ‘Stem op mij!’, zo’n oproep is niet iets dat past bij mijn inborst. Dan is het gewoon veiliger om te benadrukken dat mensen op de VVD moeten stemmen. En misschien vind je mij wel aardig… Maar dat is best bijzonder. Ik ben ook niet snel zenuwachtig, maar op avonden van de verkiezingen dan kun je mij echt opdweilen. Dan voelt het net alsof je examen hebt gedaan, aan het wachten bent op je cijfer, maar voor het tentamen niet wist wat je moest léren en dat je ook niet weet welke vragen je hebt beantwoord.

Dat is zo ongrijpbaar en ik ben best iemand die graag grip heeft op dingen. Dus alles wat ik in controle kan houden, ja daar ben ik zelf bij. Dit zijn echt van die dingen dat ik het over moet laten aan de keuze van een ander. Ook nog eens als ik niet helemaal weet op grond waarvan iemand een vakje aankruist. Dat past niet zo bij mijn systeem.

En, hoe was het dan toen je echt raadslid werd, had je dan ook nog hetzelfde?

Ja, want dan is het eigenlijk ook weer “Hoe hebben ze me de afgelopen 4 jaar vinden werken?”. Wat vinden ze van mijn partij en van de gemaakte keuzes, het voelt echt als examens doen.

En hoe was het In de gemeenteraad?

Leuk! Het is natuurlijk dichtbij hè? Het is heel tastbaar. Ik ben zes jaar raadslid geweest. Toen was ik ook wel klaar voor een meer bestuurlijke rol. Ik merkte dat ik ook steeds vaker als een bestuurder naar een opgave ging kijken. Ook richting de wethouder had ik steeds meer het gevoel dat die x en y moest doen. Meer uitvoerend, minder kader stellend. Daar groeide ik langzaam ook in mee. Gemeentepolitiek is echt heel mooi, heel tastbaar. Ik kan nog steeds genieten van de dingen die ik in de jaren als wethouder heb gedaan. Dan laat je echt iets achter.!

Hoe merkte je aan jezelf dat je meer zeg maar als bestuurder ging denken dan als raadslid?

Ik ben altijd erg gericht op het algemeen belang, de praktische oplossing en hoe we het kunnen regelen. Ik ben niet van de oneliner en het campagne-achtige. Misschien ben ik ook een beetje te veel van de inhoud, ik heb ook liever inhoud dan bombarie.

En hoe is het samenwerken met mensen die daar wel meer van zijn?

Het is sowieso fijn als iedereen in een fractie een beetje van alles heeft, dan ben je complementair aan elkaar. Een fractie met alleen maar Petra’s zou ook niet goed zijn. Dus dat is een goede mix. Maar, na een tijd zag ik dat mijn rol als raadslid klaar was en na acht jaar wethouderschap ook. Het is een heel mooi vak, op de inhoud waanzinnig om te doen, maar het heeft ook zijn rafelrandjes.

Want wat voor portefeuilles had je?

In Steenbergen heb ik meer de wat fysieke portefeuilles gehad, dan moet je denken aan ruimtelijke ordening en wonen. Ik was voorzitter van de commissie Ruimte in de RWB en daarmee ook lid van het dagelijks bestuur van de regio.  Daarnaast had ik economie, financiën, recreatie Toen ik naar Dongen ging heb ik het hele sociale domein gekregen. Met openbare ruimte, mobiliteit en economie.[VP1] 

En hoe is het sociale domein zijnde als VVD’er? Qua beeldvorming is het vaak niet waar mensen het eerste aan denken.

Richting de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 heb ik juist de oproep gedaan aan de VVD’ers: “Pak die portefeuille!”. Je kunt op die portefeuille namelijk echt het verschil maken vanuit ons liberale gedachtegoed, zeker ook op de wijze waarop je het sociale domein aanvliegt. Er gaat zoveel maatschappelijk geld in om, waarbij je je ook echt moet afvragen waar het stuk eigen verantwoordelijkheid is gebleven. Echt een VVD onderwerp. Toen ik startte in het lokale bestuur hoorde ik dat je als VVD’er minimaal financiën moet hebben of toch minstens ruimtelijke ordening Ik ben pas later in gaan zien hoe belangrijk het sociaal domein is. Zowel vanuit ons gedachtengoed als vanuit de financiering, gemeente lopen er echt  op leeg.

En hoe heb je als wethouder op deze portefeuille het verschil kunnen maken?

Ik ben gaan kijken wie mijn ketenpartners zijn. Zo heb ik contact gezocht met de lokale huisartsen, zij zijn namelijk ook betrokken in het jeugddomein. Daarnaast ben ik een visie op ‘normaliseren’ gaan opstellen. Wanneer is iets normaal, wanneer niet en waar ligt hierin de meehelpende rol van de overheid? Ook heb ik de aanzet gegeven tot het opzetten van een dorpsteam waarin we de ondersteuning meer naar de voorkant trokken. Zo kan er geholpen worden zonder een professioneel circus op te tuigen. Dat zijn de dingen die ik in gang heb kunnen zetten en die ook aansluiten op mijn liberale kijk op de wereld.

Hoe ben je na je rol als wethouder terechtgekomen in de provincie?

Na acht jaar wethouderschap heb ik bewust de keuze gemaakt om te stoppen. Het was echt goed geweest. Je moet ook een bepaalde verwondering kunnen houden. Politiek is mooi, maar het heeft soms ook hele nare kanten. En het was goed. Toen kwam ik een hele mooie vacature tegen van de baan die ik nu heb in de ouderen zorg, directeur langdurige zorg. Via het sociaal domein in Dongen was ik al nauwer betrokken bij die opgave. En als er in Nederland één grote opgave is, dan is dat hoe we de zorg betaalbaar en uitvoerbaar houden.  Maatschappelijk relevant bezig zijn, dat kon ik daar ook weer  in kwijt.

Maar de echte politiek die ging ook wel missen. Je kunt het meisje uit de politiek halen, maar de politiek niet uit het meisje. Toen ben ik voor mezelf gaan denken wat ik zou willen. Ik stond nog op de lijst voor de gemeenteraad, maar uiteindelijk moet je dat niet willen. Dat werkt niet, dan zit ik daar half als wethouder en half als raadslid. Daarmee frustreer ik mijn opvolger, mezelf én de raad.

Uiteindelijk dacht ik misschien is de provincie wel iets. Ik ben wat centraler in Brabant gaan wonen, dus dat maakt het ook wat makkelijker en bereisbaarder. En toen dacht ik laat ik eens gaan kijken, ik meld me aan en ik zie wel hoever ik kom. Totdat ik op een zekere zaterdagochtend werd gebeld met de vraag of ik op plek 4 zou willen. Toen dacht ik meteen wat gaaf!

En het fijne van de provincie is dat het natuurlijk wel een stuk abstracter is. Het bevat veel van die  onderwerpen waarin ik in mijn periode in Steenbergen mee bezig was en eigenlijk niet met het sociale domein. Het maakt het ook aanvullend doordat ik mezelf in de breedte kan blijven ontwikkelen in dingen die ik interessant vind. En door de portefeuille financiën, waarin het abstracte nog abstracter is en meer hoog over, dan denk ik dat ik daar met mijn bestuurlijke ervaring ook goed pas.

Je hebt een aantal portefeuilles, bijvoorbeeld de commissie sturen en verantwoorden. Hoe ben je daar terecht gekomen?

Vanuit het inwerkprogramma merkte ik dat het vooral kwalitatief naar stukken kijken, mij goed ligt. Dit heb ik bij de fractievoorzitter aangegeven en zo dit onderdeel in mijn portefeuille gekregen.

Want wat voor werk doet de Commissie? Waar houden zij zich mee bezig?

Eigenlijk met alle voorbereidingen en randzaken rondom de financiële cyclus. Dat betekent bijvoorbeeld van dat we alle ‘planning and control’ documenten van tevoren zien. Wij hebben contact met de accountant, waarvan wij ook de opdrachtgever zijn. We monitoren allerlei soorten financiële producten. Met natuurlijk honderdduizenden subsidies en reserves. We hebben een Rekenkamer die ook met ons dingen afstemt. Het is wel echt wat, meer hoog over en vooral ook financieel organisatorisch.

En hoe kun je daarin het VVD-sausje aanbrengen?

Dat is vooral goed kijken, welke keuzes maak je, hoe zorg je ervoor dat je sober omgaat met het gemeenschapsgeld. Want we willen er natuurlijk niet financieel ongezond voorstaan. En ik denk dat je vooral daar de verschillen in ziet.

Hoe komen die tot uiting?

Dat zie je bijvoorbeeld terug in de provinciale opcenten, de enige manier waarop de provincie zelf geld binnenhaalt. Bijvoorbeeld de keuzes die je daarbinnen maakt, waar geef je je geld wel en niet aan uit? Daarin zie je dat de een meer subsidies naar cultuur wil of naar socialere dingen waarin wij de voorkeur hebben om het in de economie te investeren. Dat zijn wel de nuanceverschillen. Uiteindelijk de echte financiële producten zoals de kadernota of een perspectiefnota en de begroting, dat speelt zich in de Statenzaal af. Maar daar zie ik inhoudelijk wel echt heel duidelijk onze lijn terug.

Je hebt ook de portefeuille financiën en bestuur, hoe bevalt dat?

Dat loopt allemaal heel erg in elkaar over. Het is met enige regelmaat best veel doordat er veel bijeenkomsten zijn.

Jij bent vaak degene die inderdaad de hele dag door ingepland is.

Ja, toevallig vandaag een keertje niet, wat ook wel eens aangenaam is. Maar ik hoef me zeker niet te vervelen! Ja het bevalt goed, het past goed bij me. Het enige ‘nadeel’ is dat het wat lastiger is je hier heel zichtbaar mee te maken.

Je noemde net ook dat je je altijd moet kunnen verwonderen in de dingen die je doet. Waar verwonder je je nu echt in als je hier in de provincie rondloopt?

Aan de ene kant was het voor mij erg zoek en vervang, wat was ik gewend van het rondlopen in gemeenteland en hoe doen ze het hier. Daar zit in best veel dingen een verschil. Dus dat is soms nog stoeien. Vooral ook financieel is de gemeentelijke begroting anders dan de provinciale begroting. Niet alleen in absolute getallen maar ook in hoe het werkt.

Je zou kunnen denken een begroting is een begroting, wat maakt het anders?

Ja je hebt hier veel meer met reserveringen te maken. We hebben natuurlijk de immunisatieportefeuille. De provincie heeft gewoon een aantal extra financiële instrumenten tot zich die een kleine gemeente niet heeft.

En het verwonderen, voor mij is het zo logisch dat we bestuurslagen hebben in Nederland en dat mensen daarin bezig zijn om dingen te doen. En als ik aan mensen vertel dat ik op de lijst kom voor de provincie, dat mensen vragen ga je weer weg bij ons. Dat ik denk het is ‘maar’ Statenlid, ik blijf ik ga niet weg. Waarin je soms ziet dat mensen niet door hebben wie er heel veel dingen regelt, daar verwonder ik me soms over.

En hoe kan een Statenfractie ervoor zorgen dat dit duidelijk gemaakt kan worden aan mensen?

Ik probeer gewoon af en toe te vertellen wat we met de Staten hebben gedaan bij een lokaal blad. Daarnaast ben ik me erg gaan verbinden met de ‘adoptiegemeenten’ die we als fractieleden hebben. In mijn geval is dat Oosterhout, Dongen en de drie Brabantse Wal gemeenten Woensdrecht, Bergen op Zoom en Steenbergen. Ik probeer met ze af te spreken, de ene keer is dat makkelijker dan de andere keer. Laatst ben ik met Rik bijvoorbeeld ook op werkbezoek geweest in Steenbergen. Ik sluit af en toe aan bij bijeenkomsten van de VVD in Oosterhout en Dongen. Zo probeer ik het gemeentelijke en het provinciale, binnen de VVD-lijnen, zo kort mogelijk te houden. Zo ben ik met de dag van de ondernemer ook met ze op pad geweest.

Het is net even aan bod gekomen je werkt nu in de zorg. Wat heeft je doen motiveren om daar aan de bak te gaan?

Ik was binnen het sociaal domein bezig met een project om dementerende ouderen veiliger en eenvoudiger thuis te kunnen laten wonen. Daarmee ben ik echt het diepe ingesprongen in die materie door de dubbele vergrijzing die op ons afkomt. Toen zag ik een vacature bij Mijzo en dacht ik hiermee ben ik eigenlijk ook al aan de slag gegaan en qua intrinsieke motivatie geloof ik ook dat daarbinnen echt een wereld te winnen is.

Waar komt die intrinsieke motivatie vandaan?

Ik weet niet of je het liedje kent van Bram Vermeulen ‘Ik heb een steen verzet in een rivier op aarde’? Ik voel diep van binnen een drang om de wereld om me heen een beetje beter te maken. Dat kan op allerlei manieren zijn. En maatschappelijk relevant bezig zijn vind ik gewoon ongelooflijk belangrijk. Dat zit gewoon in me. Dat is wie ik ben. Dat kan ik op deze manier ook nog steeds doen. Aan de ene kant door voor heel veel kwetsbare ouderen een fijn woonklimaat te creëren, voor onze medewerkers een zo goed mogelijk en veilige werkplek, in een situatie waar steeds meer ouderen en minder jongeren zijn.

Wat moeten er verder veranderen in het beeld voor de zorg voor de lange termijn?

Ja, het beeld: ‘De staat regelt het wel’. Vergeet het maar! Of je nou wel of geen kinderen hebt, je moet ervoor zorgen dat je op tijd na gaat denken. Wie gaat er voor je zorgen als ik het zelf niet meer kan? Zorg ook dat je tijdig je wil vast laat leggen. Zodat het op het moment dat je niet meer voor jezelf kunt besluiten het duidelijk is hoe er voor jou gehandeld moet worden. Dat is ongelooflijk belangrijk, regel dat goed! Al besef ik me heel goed dat dit niet de gemakkelijkste gesprekken zijn om te voeren.

En, waar zien we over 15 jaar?

Ik hoop dat ik dan nog steeds in Dongen woon. Ik heb het ongelooflijk naar m’n zin daar in een heerlijk huis. Ik denk dat ik dan nog steeds actief ben in de sector waar ik nu zit. Ik kan me echt niet inbeelden dat ik daar over vijf à 10 jaar al klaar mee ben. Maar je weet natuurlijk nooit wat op je pad komt, alleen ik heb op dit moment echt geen enkele ambitie om iets anders te doen dan waar ik nu mee bezig ben. En ten aanzien van de provincie… Daar denk ik natuurlijk over na. Dat is soms natuurlijk ook een uitdaging, dus ook als mantelzorger en de ballen die je op werk omhoog moet houden… Maar tot nu toe red ik het, gaat het goed en vind ik het leuk. Dus ik ga zeker tot het einde van de rit door. En daarna moet het je ook weer gewoon gegund worden, zo reëel ben ik ook wel. Dan zal de kandidaatstellingscommissie komen, en zoals ik er nu in zit meld ik me gewoon weer aan. En dan is het aan hen om te bepalen of ze het nog wel of niet een aantal jaar met mij zien zitten. En zo niet, dan is dat ook goed. Ik heb hier gewoon echt een hele waardevolle, mooie ervaring. En kan ik ook weer, stiekem zitten er toch wel wat kruisverbanden, met wonen en zorg waarvoor ik ook in een provinciaal netwerk wonen zit. Dus ook dan zal ik ongetwijfeld over de vloer komen hier.

Petra, bedankt!