Financiën.

De Brabantse VVD blijft inzetten op een solide financieel beleid. Inkomsten en uitgaven moeten (structureel) in evenwicht zijn. De uitgaven moeten daarvoor structureel omlaag.

Om solide financieel beleid te kunnen voeren wil de Brabantse VVD de komende bestuursperiode een nieuwe begroting maken die past bij de kerntaken van de provincie, met een extra focus op het versterken van de economische concurrentiekracht van Brabant. De VVD hanteert daarbij de volgende financiële uitgangspunten:

  • De opcenten op de motorrijtuigenbelasting is de enige provinciale belasting. De Brabantse VVD wil dit opcententarief bevriezen en niet langer indexeren
  • Waar mogelijk zet de VVD in op verlaging van de lasten voor inwoners en ondernemers
  • Door lage rentestanden krimpt de financiële buffer van Brabant. Dat is onwenselijk en past niet bij een solide financieel beleid
  • De structureel lage renteopbrengst vraagt om een herziening van de provinciale meerjarenbegroting. Het is noodzakelijk de uitgaven te matigen
  • Nieuwe besteding van Essent-middelen mag alleen worden ingezet voor zogenaamde revolverende investeringen en niet voor subsidies
  • Bij aanvang van de nieuwe bestuursperiode worden alle ‘geoormerkte’ Essent-middelen waarvoor nog geen verplichtingen zijn aangegaan gevoegd bij de Essent-middelen ‘derde tranche’
  • Investeringen in de Brabantse natuur zijn belangrijk voor een goed leef- en vestigingsklimaat. Deze investeringen moeten gefinancierd worden vanuit het bestaande Natuurfonds. Aanleg van de nieuw aangelegde natuur mag geen extra kosten met zich meebrengen
  • Investeringen in de Brabantse cultuur moeten economisch van waarde zijn
  • Om de kracht van en samenhang tussen stad en platteland verder te versterken, zet de Brabantse VVD in op goede samenwerking tussen gemeenten (B5-R4)
  • Om de ambities van Brabant te bereiken is het van groot belang dat de Europese programma’s ten volle worden benut
  • De provinciale ambtelijke organisatie moet efficiënt en effectief zijn ingericht en moet gericht zijn op uitvoering van de kerntaken